Rb. Den Haag 4 juli 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:6672

Chavez-Vilchez, identiteit en nationaliteit van derdelander, afhankelijkheidsverhouding, WBV 2017/9, WBV 2018/4; paspoortvereiste, vrijstelling, gezinsleven, fair balance EVRM: 8; VWEU: 20; Vw 2000: 9, 16; Vb: 3.6 Moeder stelt o.g.v. artikel 20 van het VWEU afgeleid verblijfsrecht bij zoon met de Nederlandse nationaliteit te hebben. Dochter beoogt o.g.v. artikel 8 van het EVRM verblijf bij vader met de Nederlandse nationaliteit. Moeder heeft geen bewijs van de gestelde identiteit en nationaliteit overgelegd zodat niet kan worden vastgesteld dat zij de hoedanigheid van derdelander heeft en of het ontzeggen van het recht om in een Nederland te verblijven ertoe zal leiden dat de minderjarige Unieburger zal worden verplicht het grondgebied van de Unie te verlaten. Dat het vereiste om de identiteit en nationaliteit te bewijzen niet in WBV 2017/9 was opgenomen, betekent niet dat dit vereiste ten tijde van de aanvraag niet bestond. Uit de arresten Chavez Vilchez, Zambrano en O., S. en L. blijkt dat een van de voorwaarden is dat de vreemdeling een derdelander is. Hieruit volgt dat de moeder dit aannemelijk dient te maken. Voor zover in vergelijkbare gevallen niet aan het id&nat-bewijsvereiste is getoetst, moeten deze besluiten als ambtelijke misslagen worden aangemerkt. Volgens vaste rechtspraak strekt het gelijkheidsbeginsel niet zo ver dat een ambtelijke misslag moet worden herhaald. Dochter beschikt niet over een paspoort. Geen reden tot vrijstelling van het paspoortvereiste. Haar persoonsgegevens op haar geboorte- en erkenningsakte zijn niet gebaseerd op officiële brondocumenten. Identiteit en nationaliteit niet aangetoond. Sprake van fair balance ihkv 8 EVRM. Uitzetting niet in strijd met 8 EVRM. Geen reden voor verlening verblijfsvergunning ex 3.6 Vb. Beroepen ongegrond

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken