Rb. Den Haag 23 mei 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:5290

Het doen van een verzoek om (bijzondere) bijstand en het maken van bezwaar tegen de aan eiser verleende (bijzondere) bijstand, zijn handelingen die de onder bewind staande goederen betreffen. Deze handelingen vallen daarmee onder de aan de bewindvoerder opgedragen taak. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Daartoe overweegt de rechtbank dat een bewindvoerder die optreedt als wettelijk vertegenwoordiger van een natuurlijk persoon niet kan worden gelijkgesteld met een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, omdat het voeren van procedures onderdeel is van een door de rechtbank benoemde bewindvoerder.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken