Rb. Den Haag 23 april 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:5086

Dublin Italië Tarakhel garanties In de onderhavige zaak is niet in geschil dat eiseres en haar dochter, zijnde een alleenstaande moeder met minderjarig kind, als extra kwetsbaar in de zin van het Tarakhel-arrest aangemerkt kunnen worden. Ook niet in geschil is dat eiseres en haar dochter bij een overdracht aan Italië vanwege de gevolgen van het wetsdecreet niet in een SPRAR locatie zullen worden opgevangen, maar in een CAS locatie. De rechtbank is van oordeel dat er serieuze aanwijzingen dat een risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM dreigt bij overdracht van eiseres en haar minderjarige dochter, welke aanwijzingen niet als ongefundeerd terzijde geschoven kunnen worden. Daarmee zijn er in dit geval garanties als bedoeld in het Tarakhel-arrest vereist alvorens overdracht kan plaatsvinden in het kader van de Dublinverordening. Op grond van de circular letter van 8 januari 2019 heeft verweerder zich er onvoldoende van vergewist dat dat de opvang voldoet aan de eisen die op grond van het Tarakhel-arrest daaraan mogen worden gesteld in het geval van extra kwetsbare personen, zoals in casu het geval is. In zijn besluit heeft verweerder zich dan ook ten onrechte op het standpunt gesteld dat gegarandeerd is dat eiseres en haar dochter na overdracht aan Italië opvang zullen krijgen die hen vrijwaart van een risico als bedoeld in artikel 3 EVRM.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken