Rb. Den Haag 9 mei 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:4970

Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis terecht afgewezen. Eiseres is op 22 januari 2018 in het bezit gesteld van een asielvergunning voor bepaalde tijd. Eiseres heeft ten behoeve van haar echtgenoot een aanvraag gedaan voor een mvv in het kader van nareis. Eiseres is echter in 2017 naar Nederland gekomen in het kader van nareis om zich te herenigen met haar moeder. Daarmee heeft zij te kennen gegeven dat zij tot dat gezin behoort en zij is ook op die titel Nederland ingereisd. Eventuele andere gezinsbanden met anderen personen worden daarmee verbroken geacht. Verweerder heeft terecht geen aanleiding gezien om van het beleid af te wijken. Voor een toets aan artikel 8 van het EVRM is naar het oordeel van de rechtbank geen plaats. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken