Rb. Den Haag 22 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:4968

De rechtbank van oordeel dat het COa onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser behoorde tot de doelgroep voor plaatsing in een EBTL. Daartoe acht de rechtbank redengevend dat plaatsing in een EBTL bedoeld is om overlastgevers te confronteren met de gevolgen van hun gedrag en in te zetten op gedragsverandering. Eén van de contra-indicaties voor plaatsing in een EBTL is dat een vreemdeling kan worden opgenomen vanwege ernstige psychische en psychiatrische problematiek. Door het COa is niet bestreden dat er bij eiser sprake is van psychische of psychiatrische problematiek. Voorts is niet duidelijk is hoe het COa verwacht dat plaatsing van eiser in een EBTL bijdraagt aan het doel, namelijk het veranderen van het gedrag van eiser, te meer nu dit blijkens de overgelegde medische informatie voort lijkt te komen uit zijn psychische of psychiatrische problematiek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen