Rb. Den Haag 2 april 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:4875

Overdrachtsbelasting. Artikel 4, eerste lid, letter a, van de Wet BRV. Aan eiseres is een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd ter zake van de verkrijging van alle aandelen in een vennootschap. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en of deze tot een te hoog bedrag is vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de onroerende zaken van de overgenomen vennootschap in hoofdzaak dienstbaar waren aan de exploitatie van die onroerende zaken. De rechtbank oordeelt vervolgens dat partijen de door hen bepleite waarde van de onroerende zaken niet aannemelijk hebben gemaakt en stelt de waarde in het economische verkeer van de onroerende zaken in goede justitie vast. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd, maar wordt wel verminderd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken