Rb. Den Haag 20 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:4614

Dublin – meerder-/minderjarig ? Meerdere registraties in één lidstaat- verweerder kiest zonder enige motivering de tweede registratie – beroep gegrond. Verweerder heeft op grond van artikel 34 van de Dublinverordening vragen aan de Italiaanse autoriteiten gesteld over de totstandkoming van de verschillende geboortedata waarmee eiser staat geregistreerd. De Italiaanse autoriteiten reageren op het verzoek maar beantwoorden de vragen niet. Verweerder kiest vervolgens een registratie op grond waarvan eiser ten tijde van de aanvraag in Nederland meerderjarig zou zijn. Verweerder motiveert deze keuze niet maar verwijst enkel naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit bevreemdt mede omdat is vermeld dat de eerste alias is geregistreerd bij illegale inreis. Dit is dus niet alleen in tijd de eerste registratie maar is ook de registratie van de omstandigheid, te weten de illegale inreis, op grond waarvan verweerder een claimverzoek heeft gedaan en op grond waarvan Italië in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Ook ten aanzien van deze eerste registratie heeft te gelden dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de juistheid van de registratie. Verder stelt verweerder dat de oorzaak voor de verschillende registraties gelegen is in de verklaringen van eiser. De rechtbank overweegt dat verweerder dit niet heeft onderbouwd omdat uit het dossier niet blijkt niet welke verklaringen eiser in Italië heeft afgelegd. De totstandkoming van een fictief claimakkoord is – anders dan verweerder stelt- geen onderbouwing voor het standpunt dat de door verweerder in het claimverzoek vermelde geboortedatum van eiser voor de Italiaanse autoriteiten als “echte” geboortedatum geldt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken