Rb. Den Haag 29 april 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:4599

Eiser is van Turkse nationaliteit en heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze afgewezen omdat Polen op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De meervoudige kamer van de rechtbank is van oordeel dat eiser het bestaan van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen in Polen niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft zich daarbij terecht op het standpunt gesteld dat uit de op 1 maart 2018 door het Europees Parlement opgestarte artikel 7-procedure en de op 24 september 2018 door de Europese Commissie geïnitieerde inbreukprocedure bij het Hof weliswaar volgt dat de situatie in Polen ten aanzien van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht zorgelijk is, maar niet dermate dat van een (in zijn algemeenheid) niet onafhankelijke rechtspraak kan worden gesproken. Van structurele, fundamentele systeemfouten in het rechterlijk systeem is namelijk niet gebleken. Dat Polen zich niet houdt aan de Europese herplaatsingsafspraken voor asielzoekers, hetgeen ook heeft geleid tot het starten van een inbreukprocedure bij het Hof op 21 december 2017, leidt verder niet tot de conclusie dat in Polen sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen. Daarbij is van belang dat eiser niet concreet heeft aangegeven hoe dit hem zal treffen bij zijn terugkeer naar Polen in het kader van de Dublinprocedure. Ten aanzien van de omstandigheid dat de Poolse autoriteiten, met een beroep op de staatsveiligheid, in asielbesluiten de onderbouwing en motivering van het besluit geheim houden, overweegt de rechtbank als volgt. Zoals verweerder terecht heeft gesteld heeft eiser niet onderbouwd waarom in bepaalde, uitzonderlijke gevallen in het kader van staatsveiligheid informatie niet zou mogen worden achtergehouden en waarom juist hij hiervoor te vrezen heeft bij terugkeer. De stelling van eiser ter zitting dat deze handelswijze in een groot aantal asielzaken wordt toegepast, wordt niet gevolgd. Dat de minister president van Polen zich negatief heeft uitgelaten over migranten, dat er signalen zijn met betrekking tot asielzoekers aan de Poolse grens die geen toegang hebben gekregen tot de asielprocedure, dan wel niet zijn toegelaten tot Polen en dat gesignaleerd wordt dat asielzoekers in Polen in detentie terechtkomen, zijn inderdaad zeer zorgelijke ontwikkelingen. De rechtbank acht hetgeen hierover bekend is onvoldoende om op dit moment te oordelen dat ernstig moet worden gevreesd dat het systeem van de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Polen dusdanig ernstig tekort schieten dat dit aan de overdracht van Dublinterugkeerders aan Polen in de weg staat. Alles tezamen bezien heeft verweerder terecht geconcludeerd dat hetgeen eiser heeft aangevoerd er niet toe leidt dat ten aanzien van Polen niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Dat verweerder, gelet op hetgeen door eiser is aangevoerd en de algemene rapporten waarnaar is verwezen, nader onderzoek zou moeten doen naar de situatie in Polen, volgt de rechtbank evenmin, nu uit hetgeen door eiser is aangevoerd niet volgt dat er sprake is van ernstige tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen die nader onderzoek rechtvaardigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken