Rb. Den Haag 7 mei 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:4548

Kort geding betreffende de recente inwerkingtreding van een Regeling die veiligheidseisen bevat voor schepen die stelselmatig drenkelingen aan boord nemen. De Sea-Watch 3, die voorheen niet aan die eisen hoefde te voldoen, kan hierdoor per direct niet meer uitvaren. De voorzieningenrechter gaat niet mee in het standpunt van Sea-Watch betreffende de onbevoegdheid van de Minister om de Regeling uit te vaardigen en handelen in strijd met het beginsel van détournement de pouvoir. De Regeling is naar het oordeel van de voorzieningenrechter wel tot stand gekomen in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur, meer in het bijzonder het rechtszekerheidsbeginsel. Dat is met name het geval omdat onduidelijk is aan welke eisen de Sea-Watch 3 precies moet voldoen. De Staat wordt daarom verboden de Regeling tot 15 augustus 2019 op Sea-Watch toe te passen. In de tussentijd moet er overleg komen en moet de nodige duidelijkheid worden verschaft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken