Rb. Den Haag 20 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:1878

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte gevaar heeft veroorzaakt op een spoorweg door een metalen paal dwars over een trambaan te leggen. Het gevaar als bedoeld in artikel 164 van het Wetboek van Strafrecht bestaat, zodra voor een ongeluk kan worden gevreesd. De kans op zodanig ongeluk dient daarbij wel reëel te zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan in dit geval sprake. Door de verkeerspaal dwars over de rails te leggen heeft de verdachte een gevaarlijke situatie geschapen omdat naar de gewone loop der dingen, zonder buitengewone omstandigheden, er een reële mogelijkheid in het leven is geroepen dat een tram in botsing zou komen met de verkeerspaal. Bij dat oordeel betrekt de rechtbank dat de tramrails afgescheiden was van de weg en niet tevens werd gebruikt door auto’s zodat de paal niet door andere weggebruikers zou zijn opgemerkt. Uit de omstandigheid dat een zeker gevaar theoretisch nog bijtijds kon worden opgemerkt en voorkomen of dat het gevaar op tijd is afgewend, volgt niet dat het gevaar niet heeft bestaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen