Rb. Den Haag 18 december 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:14641

Intrekking met terugwerkende kracht van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’ vanwege een sepotbeslissing van het OM. Omdat eiser niet stelt, laat staan onderbouwt, dat de Slachtofferrichtlijn te laat of op onjuiste wijze is omgezet in het nationale recht, kan hij zich niet rechtstreeks op deze richtlijn beroepen. Zoals in de preambule van de Slachtofferrichtlijn expliciet is opgenomen heeft deze richtlijn geen betrekking op het verblijfsrecht van slachtoffers van strafbare feiten op het grondgebied van de lidstaten. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het stellen van een prejudiciële vraag hierover. Verweerder neemt in redelijkheid en deugdelijk gemotiveerd het standpunt in dat de artikelen 3:4 en 4:84 van de Awb niet in de weg staan aan het intrekken van de verleende verblijfsvergunning.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken