Rb. Den Haag 23 december 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:14540
Afwijzing verzoeken 1:25c en 1:4 BW. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat het voor verzoekster onmogelijk is om een originele en gelegaliseerde geboorteakte over te leggen. Er zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende pogingen ondernomen om nadere bewijsstukken te bemachtigen, althans van deze pogingen is geen schriftelijk bewijs overgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om de zaak nog verder aan te houden, nu de rechtbank van oordeel is dat verzoekster ruimschoots in de gelegenheid is geweest de benodigde stukken aan te leveren.
De uitspraak op rechtspraak.nl