Rb. Den Haag 21 november 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:12869

Eiseres heeft een herzieningsverzoek (huurtoeslag) ingediend en daarbij verzocht voor 2016 rekening te houden met het bijzonder inkomen (afkoop van een pensioen). Verweerder heeft dit verzoek afgewezen omdat het te laat, namelijk na het onherroepelijk worden van de definitieve vaststelling van de huurtoeslag, is ingediend. In lijn met recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2019:3535 en 3536) komt de rechtbank tot het oordeel dat verweerder bij voldoende belangenafweging in redelijkheid niet heeft kunnen besluiten om het herzieningsverzoek van eiseres af te wijzen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in de Nota van Toelichting waarbij artikel 2c, eerste lid, Bht, is ingevoerd geen nadere toelichting is opgenomen aangaande het aanknopen bij het onherroepelijk worden van het toekennen van de huurtoeslag (Stb. 2005, 692) terwijl toepassing daarvan in gevallen als de onderhavige artikel 21a van Awir illusoir maakt. Gelet op de wetsgeschiedenis zoekt de rechtbank aansluiting bij de kaders die voor de toepassing van de Wet IB 2001 gelden. Het verzoek is dan tijdig indien het binnen vijf jaar na afloop van het berekeningsjaar is ingediend

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken