Rb. Den Haag 15 november 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:12116

Asielaanvraag ingediend na aanhouding in verband met uitleveringsverzoek Russische Federatie. Verweerder heeft het asielrelaas van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Dat de strafzaak die aan het verzoek om uitlevering van eiser ten grondslag ligt, zoals eiser stelt, een gefabriceerde strafzaak is, die in werkelijkheid is bedoeld om hem (als schuldeiser van de Russische Staat) te elimineren is niet aannemelijk gemaakt. Daarnaast heeft verweerder terecht geconcludeerd dat uitlevering dan wel uitzetting van eiser naar de Russische Federatie niet in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Verweerder heeft terecht in aanmerking genomen dat de Russische autoriteiten in het uitleveringsverzoek hebben gegarandeerd dat eiser alle mogelijkheden krijgt om zich te verdedigen, waaronder de bijstand van een advocaat. Daarbij is tevens gemeld dat eiser niet zal worden blootgesteld aan folteringen, wreedaardige, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken