Rb. Den Haag 27 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:12039

Kort geding. Eiser wil dat art. 25 onde a van de Uitvoeringsregeling accijns onverbindend wordt verklaard en dat wordt geoordeeld dat de in Nederland volgens de Tsjechische methode gedenatureerde ethanol naar Tsjechie vervoerd mag worden onder vrijstelling van accijns en onder geleide van een Vereenvoudigd Administratief Geleidedocument. Volgens eiser hanteert de Staat een onjuiste visie bij de uitleg van verbindende Unierechtelijke bepalingen, waardoor de interne markt wordt verstoord en waardoor eiser bij ieder transport van alcohol naar haar Tsjechische klant een zeer aanzienlijk, mogelijk desastreus financieel risico loopt. Eiser is niet-ontvankelijk in de vorderingen bij de voorzieninenrechter, omdat eiser de bezwaren die in dit kort geding aan de worden worden gesteld in een bestuursrechtelijke procedure aan de orde kan stellen. Het gestelde spoedeisend belang maakt dat niet anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen