Rb. Den Haag 22 oktober 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:11321

Verzoekster heeft kort na haar geboorte de Nederlandse nationaliteit verloren op grond van de TOS. Gesteld noch gebleken is dat verzoekster nadien de Nederlandse nationaliteit heeft herkregen, laat staan weer verloren. De uitspraak van de Hoge Raad waarop verzoekster een beroep heeft gedaan (ECLI:NL:HR:2015:1749) heeft betrekking op een andere situatie dan die hier ter beoordeling voorligt. De uitzonderingsgronden van artikel 15 lid 2 RWN waarop verzoekster zich beroept, zien op uitzonderingen op de verliesbepalingen van artikel 15 lid 1 RWN. Met andere woorden, slechts als de Nederlandse nationaliteit wordt verloren op grond van het eerste lid van artikel 15 RWN, zou het zo kunnen zijn dat dit verlies niet intreedt op grond van het in tweede lid van artikel 15 RWN bepaalde. Daar is in het geval van verzoekster geen sprake van. Overigens was de RWN nog niet in werking getreden op het moment van verlies van het Nederlanderschap door verzoekster en heeft deze ook geen overgangsbepaling hieromtrent. Verzoekster kan ook om die reden niet met succes een beroep doen op de uitzonderingsgronden uit deze wet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken