Rb. Den Haag 16 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:10611
De rechtbank spreekt de voorlopige voogdij uit over twee jonge kinderen, geboren in het kalifaat van IS en verblijvend in een Syrisch vluchtelingenkamp. Door het overlijden van de moeder en de onbekende verblijfsplaats van de vader, die bovendien in Nederland bij verstek is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar en van wie de Nederlandse nationaliteit in 2017 is ontnomen, is sprake is van een gezagsvacuüm en staan de kinderen niet onder het vereiste wettelijk gezag. Teneinde de belangen van de kinderen te kunnen behartigen acht de rechtbank het dringend en onverwijld noodzakelijk dat in gezagsuitoefening van de kinderen wordt voorzien.