Rb. Den Haag 30 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:10321
Faillissementsfraude. De verdachte heeft zich samen met anderen als feitelijk bestuurder van een rechtspersoon schuldig gemaakt aan bedrieglijke bankbreuk. Hoewel de verdachte op papier slechts aandeelhouder was en geen (indirecte) zeggenschap over de rechtspersoon had en dus niet kan worden aangemerkt als formeel bestuurder, was de feitelijke positie van de verdachte binnen de rechtspersoon van dien aard dat hij het beleid bepaalde of mee heeft bepaald. Dat betekent dat hij als bestuurder van de rechtspersoon voor de gepleegde strafbare feiten verantwoordelijk te houden is. Voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en taakstraf van 180 uren.
De uitspraak op rechtspraak.nl