Rb. Den Haag 27 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:10302

Art 17 RWN. Verzoek afgewezen. De vraag is of verzoeker op grond van een in Marokko vastgestelde afstammingsrelatie van verzoeker met zijn juridische vader ook de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. Van belang is of de afstammingsrelatie naar Marokkaans recht kan worden gelijkgesteld met een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap als bedoeld in artikel 1:207 BW dan wel met een erkenning als bedoeld in artikel 1:203 BW. Niet in geschil is dat de afstammingsrelatie kan worden gezien als een erkenning. De vraag is vervolgens of deze erkenning naar Marokkaans recht gelijk is te stellen aan de Nederlandse rechtsfiguur van erkenning. De rechtbank komt tot het oordeel dat dat het geval is. verzoeker heeft daarmee niet op grond van artikel 4 lid 4 RWN, dan wel op enige andere grond, het Nederlanderschap verkregen. Een beroep van verzoeker op artikel 14 juncto artikel 8 EVRM slaagt niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken