Rb. Den Haag 10 augustus 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:9786
“Gelet op afspraken tussen partijen ten tijde van de echtscheiding, waarbij sprake is van een relatief ruime duur en hoogte van de alimentatie die niet verrekend zou hoeven worden met het eigen inkomen van de vrouw en het vermogen van de vrouw uit boedelscheiding (ruim € 33.000,-- uit de verdeling en bijna € 9.000,-- aan overwaarde), afgezet tegen de hoogte van het verhaal en de legitieme wens van partijen om hun leven in financieel opzicht na acht jaar weer zelf te kunnen inrichten – is de rechtbank van oordeel dat de man zijn onderhoudsverplichting naar behoren is nagekomen, dat de alimentatieovereenkomst die partijen zijn aangegaan nooit de bedoeling heeft gehad de gemeenschap te benadelen en dat die overeenkomst naar maatschappelijke normen aanvaardbaar moet worden geacht
De uitspraak op rechtspraak.nl