Rb. Den Haag 31 juli 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:9173
Eiseres is in de periode van 26 weken na het verkrijgen van de omgevingsvergunning niet met de bouwwerkzaamheden gestart. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de verleende omgevingsvergunning in redelijkheid heeft kunnen intrekken. Naar het oordeel van de rechtbank kon eiseres er niet meer gerechtvaardigd op het vertrouwen dat verweerder zijn toezegging om niet in te trekken nog zou nakomen toen duidelijk werd dat het kettingbeding dat strekte tot het verbod van detailhandelverkoop zou komen te vervallen. Verweerder heeft van groot belang mogen achten dat het eiseres al vanaf april 2016 duidelijk moet zijn geweest dat hij het niet gewenst achtte dat eiseres een detailhandelsvestiging zou realiseren.
De uitspraak op rechtspraak.nl