Rb. Den Haag 24 juli 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:9008
Naar het oordeel van de rechtbank is het bericht aflosfase een mededeling gericht op rechtsgevolg en daarmee een besluit in de zin van de Awb (vgl. Centrale Raad van Beroep, 3 november 2010; ECLI:NL:CRVB:2010:BO3642). Het bezwaar is dan ook ontvankelijk. Gedurende de periode van januari 2003 tot en met december 2008 heeft eiseres het inkomen van de partner niet mee laten tellen bij de bepaling van haar draagkracht. Om die reden heeft verweerder de aflosfase verlengd met 72 maanden (6 x 12 maanden). Bij besluit van 12 juni 2018 heeft verweerder de aflosfase met 12 maanden verminderd op grond van de omstandigheid dat eiseres in maart 2008 om verlaging van het maandbedrag voor 2008 heeft verzocht en daarbij heeft aangegeven in aanmerking te komen voor éénoudertoeslag. Verweerder is er op grond daarvan vanuit gegaan dat eiseres vanaf januari 2008 geen partner meer heeft. De resterende duur van de aflosfase is om deze reden met 12 maanden verminderd. Naar het oordeel van de rechtbank is dat terecht. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij al sinds 2005 geen partner meer heeft en in 2006 is gescheiden, zij heeft deze stelling echter niet onderbouwd.
De uitspraak op rechtspraak.nl