Rb. Den Haag 10 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:89

Overheidsaansprakelijkheid. Op de auto van verdachte wordt tweemaal strafvorderlijk beslag gelegd. Na het tweede beslag wordt de auto door DRZ verkocht. De taxatiewaarde van de auto wordt aan eiser aangeboden. Eiser maakt aanspraak op een hogere vergoeding voor de auto en daarnaast op vergoeding van voorwerpen die zich in de auto zouden hebben bevonden en die niet zijn geretourneerd. Eiser heeft zijn stelling omtrent de hogere waarde van de auto onvoldoende gedocumenteerd onderbouwd. Wel is voldoende komen vast te staan dat er meer dan de door de politie vermelde voorwerpen in beslag zijn genomen. De Staat dient de schade die eiser heeft geleden door het verlies van deze voorwerpen te vergoeden. Deze schade kan niet meer precies worden vastgesteld, aangezien niet duidelijk is welke voorwerpen zich in de auto hebben bevonden. De rechtbank heeft de schade daarom schattenderwijs begroot en daarbij aansluiting gezocht bij de bedragen die de kantonrechter heeft vastgesteld als schade als gevolg van de eerste inbeslagname van de auto.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen