Rb. Den Haag 1 juni 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:8361
Naheffingsaanslag Bpm ter zake van de registratie van een kampeerauto. De rechtbank oordeelt dat eiser geen beroep kan doen op het Europeesrechtelijk verdedigingsbeginsel, aangezien de Bpm een zuiver binnenlandse heffing is. Met de naheffingsaanslag is geen sprake van een besluit dat wordt genomen binnen het toepassingsgebied van het recht van de Europese Unie. De stelling van eiser dat de recreatieve functie van een kampeerauto bij nieuwe auto’s buiten beschouwing wordt gelaten en bij gebruikte kampeerauto’s niet en dat daarmee sprake is van verschillende heffingsmodaliteiten wat in strijd is met artikel 110 VWEU, faalt eveneens. Onder verwijzing naar het arrest 12 mei 2017, nr. 15/03459, ECLI:NL:HR:2017:847, oordeelt de rechtbank dat de naheffingsaanslag niet is opgelegd in strijd met artikel 110 VWEU. Eiser heeft niet gesteld dat in onderhavige zaak, anders dan in dat arrest, geen wezenlijke verschillen bestaan tussen de kampeerauto waarop de aangifte ziet en het door hem gehanteerde referentievoertuig. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:591
- HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:847
- HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3270
- HR 30 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3174
- HR 5 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1950
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2001:169
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2013:105
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2013:857
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2014:2041
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:216