Rb. Den Haag 21 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5654

Uit het dossier blijkt dat eisers zich hebben onttrokken aan de op 4 januari 2018 geplande overdracht maar daaruit blijkt niet dat zij ‘definitief het opvangcentrum hebben verlaten en niet meer in beeld zijn bij de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V)’. Evenmin blijkt uit het dossier dat ‘een adrescontrole heeft plaatsgevonden’ en ‘dat het kennelijke vertrek is bevestigd door middel van verzending van een bericht in de geautomatiseerde vreemdelingenadministratie.’ Onder deze omstandigheden kan daarom niet worden geoordeeld dat het rechtmatig verblijf van eisers in Nederland ten tijde van de (totstandkoming van de) inbewaringstelling van rechtswege was geëindigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken