Rb. Den Haag 14 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4590
Intrekking verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; Somalië; taalanalyse; bewijslast Verweerder heeft de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van eiser ingetrokken omdat eiser onjuiste gegevens over de herkomstomgeving heeft verstrekt, dan wel juiste gegevens daarover heeft achtergehouden, terwijl bij bekendheid met de juiste gegevens de oorspronkelijke vergunning niet zou zijn verleend. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling ligt het op de weg van verweerder om aannemelijk te maken dat daarvan sprake is. Verweerder heeft aan het besluit een rapport taalanalyse van TOELT ten grondslag gelegd. Eiser heeft vervolgens een rapport van een door de Taalstudio ingeschakelde contra-expert ingebracht. Verweerder heeft vervolgens door TOELT een weerwoord laten opstellen, waar de contra-expert van de Taalstudio weer heeft gereageerd. De rechtbank overweegt dat er is in dit geval sprake geweest van ‘equality of arms’. De rechtbank is van oordeel dat zowel de taalanalyse van TOELT als de contra-expertise, zorgvuldig tot stand zijn gekomen, inzichtelijk en concludent zijn. TOELT heeft aan zijn conclusie dat eiser eenduidig niet te herleiden is tot Zuid-Somalië ten grondslag gelegd dat niet aannemelijk is dat iemand die 29 jaar in Mogadishu stelt te hebben geleefd, overtuigend Noord-Somalisch is gaan spreken zonder daar zelf gewoond te hebben. De contra-expert heeft – samengevat – geconcludeerd dat eiser eenduidig is te herleiden tot Zuid-Somalië, nu in Zuid-Somalië een Noord-Somalisch dialect (Darood) wordt gesproken gelet op de sociolinguïstische situatie sinds 1991. De contra-expert heeft aan de hand van voorbeelden ondersteunende bevindingen met betrekking tot de uitspraak, woordkeuze en grammatica van eiser beargumenteerd. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de contra-expert onder verwijzing naar bronnen ingaat op de socio-linguïstische situatie in de regio waar eiser vandaan stelt te komen, Madiina in Mogadishu. Hij onderstreept dat Madiina, sinds de burgeroorlog in 1991, is overspoeld door nomaden van de Habargidir die uit centraal-Somalië waren gevlucht. Hij stelt dat hun dialect behoort tot de Daarood en van invloed is geweest op lokale dialecten van Abgaal en Murusade. Eiser leefde toen in Madiina waar de inwoners een mix spraken van Benaadir dialecten van Abgaal en Murusade en ‘shadowed by’ het Daarood dialect van Habargidir. De rechtbank stelt vast dat in het weerwoord van een tweede taalanalist van TOELT is nagelaten in te gaan op de stelling dat het Daarood ook in Zuid-Somalië gesproken wordt door mensen die niet in Noord-Somalië hebben verbleven. TOELT heeft gesteld dat het uitgangspunt van de contra-expert, dat zowel zuidelijke (Benaadiri) als noordelijke (Daarood) kenmerken stroken met de gestelde herkomst, in deze casus niet juist is en te veel ruimte laat voor kenmerken die niet zuidelijk zijn. TOELT baseert zich hierbij op moedertaalsprekers uit dat gebied. De contra-expert verwijst in zijn reactie op dit weerwoord echter ook naar moedertaalsprekers uit datzelfde gebied. In de gegeven omstandigheden acht de rechtbank de taalanalyse geen bruikbaar hulpmiddel bij de beoordeling van de juistheid van de verklaring van eiser dat hij afkomstig is uit Madiina (Mogadishu), omdat de uitkomst van de contra-expertise tegengesteld is aan die van de taalanalyse en uit de contra-expertise kan worden afgeleid dat een zorgvuldig tot stand gekomen, inzichtelijke en concludente taalanalyse evenzeer als uitkomst kan hebben dat de gestelde herkomst uit de regio Zuid-Somalië wordt bevestigd. Dit betekent dat verweerder, ter motivering van zijn standpunt dat het asielrelaas ongeloofwaardig is, ten onrechte naar de taalanalyse en het weerwoord heeft verwezen. De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding een deskundige te benoemen. De beroepen zijn gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl