Rb. Den Haag 30 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4553
Intrekking verblijfsvergunning, openbare orde. Vb: 3.86, Gezinsherenigingsrichtlijn: 15 De ingetrokken verblijfsvergunning, destijds verleend met als doel: gezinshereniging, dient te worden aangemerkt als een autonome verblijfstitel als bedoeld in artikel 15 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Dit betekent dat verweerder bij de intrekking van de aan eiser verleende verblijfsvergunning had moeten toetsen aan het Europeesrechtelijke openbare-ordebegrip en had moeten beoordelen of sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging, die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Nu verweerder dit heeft nagelaten door slechts te toetsen aan het nationaalrechtelijke openbare-ordebegrip is sprake van een motiveringsgebrek. Beroep gegrond
De uitspraak op rechtspraak.nl