Rb. Den Haag 5 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4033
horen, maatregel van bewaring, horen voorafgaand aan de inbewaringstelling, wettelijke basis, voorlopige detentie van korte duur, rechtmatig verblijf, naar analogie van de ophouding, Richtlijn 2013/33/EU, beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid, noodzakelijke procedurele waarborgen, horen na inbewaringstelling, vereiste motivering, belangenafweging, machtiging tot binnentreden Het uitgangspunt is dat een vreemdeling voorafgaand aan de inbewaringstelling wordt gehoord en dat slechts indien het voorafgaande gehoor niet kan worden afgewacht van dat uitgangspunt kan worden afgeweken. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheden op grond waarvan verweerder heeft betoogd dat het gehoor niet kon worden afgewacht omdat de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft, namelijk het ontbreken van de wettelijke bevoegdheid tot overbrenging en van de gelegenheid om hem te horen op de locatie waar hij is aangetroffen, niet in het nadeel van de vreemdeling kunnen worden ingeroepen, reeds omdat hij het niet in zijn macht heeft die omstandigheden te beïnvloeden. Verweerder heeft het zijnerzijds wel in zijn macht te bevorderen dat wordt voorzien in een wettelijke basis voor een voorlopige detentie van korte duur voor personen met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder m, Vw 2000 naar analogie van de ophouding, bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, Vw 2000. Voorts verdraagt het horen na inbewaringstelling zich niet met de eis dat de voor inbewaringstelling van een vreemdeling vereiste motivering in de maatregel wordt verwoord en niet eerst na het opleggen van de maatregel en in een ander document dan het besluit waarbij die maatregel wordt opgelegd, kenbaar wordt gemaakt (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 13 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1593). Weliswaar worden in de maatregel van bewaring een aantal omstandigheden genoemd die aanleiding hebben gegeven niet te volstaan met een minder dwingende maatregel dan bewaring, maar die omvatten niet meer dan een herformulering van de aan de vreemdeling tegengeworpen zware gronden en een niet onderbouwde overweging over zijn medische gesteldheid, zonder dat hij is gehoord over de juistheid en de volledigheid van de omstandigheden die verweerder bij deze beoordeling in aanmerking heeft genomen. Voor een belangenafweging is, mede gelet op voornoemde uitspraak van de Afdeling, geen aanleiding.
De uitspraak op rechtspraak.nl