Rb. Den Haag 13 februari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:2943
Ecuador veilig derde land; toegang Verweerder heeft in paragraaf C2/6.2 Vc het volgende beleid neergelegd: “Erkend als vluchteling of bescherming in een derde land Het gaat in ieder geval om de volgende situaties: • de vreemdeling is in een derde land als vluchteling erkend en hij kan de bescherming als vluchteling nog steeds ontvangen; […] De IND neemt aan dat de vreemdeling opnieuw wordt toegelaten tot het bedoelde derde land in ieder geval in de volgende situaties: […] • Informatie van het derde land waaruit volgt dat de vreemdeling nu bescherming heeft, dan wel (opnieuw) in aanmerking komt voor bescherming; of […] De IND gaat uit van wedertoelating in deze situaties, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt dat wedertoelating niet het geval is.” Verweerder heeft verwezen naar het e-mailbericht van UNHCR van 4 september 2017. Hieruit blijkt dat eiser door de autoriteiten van Ecuador is erkend als vluchteling op individuele gronden. Ter zitting heeft verweerders gemachtigde verwezen naar het e-mailbericht van UNHCR van 19 oktober 2017. Hieruit blijkt het volgende: “In geval van een terugkeer naar Ecuador zal de vluchtelingenstatus worden herzien. De persoon zal moeten uitleggen waarom hij het land heeft verlaten, waar hij is geweest en hoe lang hij weg is geweest. Zij zullen ook nagaan of hij toestemming had om het land te verlaten. Behoud van vluchtelingenstatus is dus niet gegarandeerd. Nog daargelaten dat verweerder in het onderhavige geval niet conform zijn eigen beleid heeft gehandeld door informatie van UNHCR te betrekken bij de beoordeling in plaats van informatie van het derde land in kwestie, is de rechtbank van oordeel dat uit de door verweerder aangehaalde informatie niet blijkt dat eiser thans nog steeds bescherming geniet, dan wel (opnieuw) bescherming zal kunnen genieten in Ecuador.
De uitspraak op rechtspraak.nl