Rb. Den Haag 7 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:2628

Kort geding. Een zorgverzekeraar verdenkt een zorgaanbieder, die zorg verleent aan haar verzekerden, van fraude. De zorgverzekeraar heeft in dat kader diverse maatregelen tegen de zorgaanbieder genomen en aangekondigd. Volgens de zorgaanbieder is dat ten onrechte en zij stelt in dat kader diverse vorderingen in. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat de zorgverzekeraar een aantal van haar bevindingen zodanig heeft onderbouwd en toegelicht dat deze maken dat er voldoende reden is voor de gegronde verdenkingen dat bij de zorgaanbieder sprake is van fraude. De vorderingen van de zorgaanbieder worden dan ook afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken