Rb. Den Haag 7 februari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:2158
Bestuurder/aandeelhouder van vennootschap A die in onmin leeft met de andere aandeelhouders sluit, terwijl zijn ontslag als bestuurder is geagendeerd door de ava, een nieuwe exclusieve licentieovereenkomst met derde mbt het door vennootschap A gehouden octrooi en zegt – volgens eiseressen op onregelmatige wijze – een bestaande exclusieve licentieovereenkomst op. Onder meer vennootschap A vordert verbod op uitvoering van de nieuwe licentieovereenkomst. Dit verbod kan alleen worden toegewezen als de activiteiten zonder recht of titel worden uitgevoerd. De nieuwe licentieovereenkomst is niet nietig of vernietigbaar. Als de eerste licentieovereenkomst is blijven bestaan, is daarop inbreuk gemaakt met het sluiten van de nieuwe licentieovereenkomst. In dat geval is deze inbreuk door vennootschap A zelf in het leven geroepen, omdat zij – zonder regelmatige opzegging van de eerste licentieovereenkomst – een nieuwe licentieovereenkomst is aangegaan. Dit eigen handelen van vennootschap A tast de geldigheid van de nieuwe licentieovereenkomst niet aan. Ook als – zoals eiseressen stellen – gedaagde bij het sluiten van de nieuwe licentieovereenkomst zou hebben geprofiteerd van de wanprestatie van vennootschap A, betekent dat niet dat de nieuwe licentieovereenkomst niet (langer) geldig is. Geen grond voor toewijzing van het gevorderde verbod.