Rb. Den Haag 12 december 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:15125
Afwijzing aanvraag tot het vervangen van eisers verblijfsdocument omdat eiser geen biometrische gegevens wenst af te staan. De rechtbank is van oordeel dat nu verweerder een verkeerde verordening mede ten grondslag heeft gelegd aan het bestreden besluit, het beroep reeds hierom gegrond is. Het bestreden besluit komt daarom voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank ziet echter aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. Daartoe overweegt de rechtbank dat de inmenging op het recht op privéleven zoals neergelegd in artikel 8 van het EVRM proportioneel is en op effectieve en evenredige wijze bijdraagt aan het doel van de wetgeving. Er bestaat derhalve geen grond voor het oordeel dat artikel 8 van het EVRM is geschonden. Het betoog dat er een regeling voor gewetensbezwaren zou moeten zijn volgt de rechtbank niet. Ook het beroep op het discriminatieverbod slaagt niet. De rechtbank concludeert dat verweerder de aanvraag van eiser om zijn verblijfsdocument te vervangen heeft mogen afwijzen vanwege het ontbreken van biometrische gegevens.
De uitspraak op rechtspraak.nl