Rb. Den Haag 5 december 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14591
Trefwoorden: Dublin-Italië, Salvini-decreet, interstatelijk vertrouwensbeginsel, artikel 4 Handvest De rechtbank is van oordeel dat de thans voorhanden zijnde informatie onvoldoende concrete aanwijzingen oplevert om aan te nemen dat verweerder in het onderhavige geval ten aanzien van Italië niet langer kan uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Voor vreemdelingen zoals eiser, zijnde een meerderjarige alleenstaande man, kan op grond van die informatie niet worden vastgesteld dat hij bij terugkeer naar Italië, wat betreft opvangvoorzieningen, in een slechtere positie zal geraken dat hem ten tijde van de behandeling van zijn eerste asielaanvraag in Italië ten deel is gevallen. Er zijn geen concrete aanwijzingen om aan te nemen dat eiser ten tijde van de behandeling van zijn asielaanvraag in Italië behoorde tot de groep personen aan wie toegang tot het SPRAR-opvangsysteem werd verleend en nu, anders dan destijds, niet meer voor SPRAR-opvang in aanmerking zou komen. In die zin is niet gebleken dat het decreet voor asielzoekers zoals eiser een verslechtering met zich brengt
De uitspraak op rechtspraak.nl