Rb. Den Haag 6 november 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:13834

Ingevolge artikel 28, derde lid, van de Dublinverordening is de maximumtermijn voor inbewaringstelling zes weken vanaf de datum van acceptatie van de Dublinclaim dan wel vanaf het moment dat er niet langer opschortende werking is op grond van artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening. Artikel 27, derde lid, bepaalt dat lidstaten één van de alternatieven genoemd in dit lid in hun nationale recht moeten regelen. Dit is echter niet het geval. Daarmee ontbreekt de wettelijke grondslag voor opschorting. Termijn van zes weken is daarmee beginnen te lopen vanaf acceptatie Dublinclaim. Gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen