Rb. Den Haag 18 oktober 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:12579

vreemdelingenbewaring op grond van artikel 6, derde lid, Vw. Beroep ongegrond en verzoek om schadevergoeding afgewezen. Het staat niet vast dat de asielaanvraag niet meer in de grensprocedure kan worden afgedaan. Het betoog van eiser dat vaststaat dat de asielaanvraag niet binnen de geldende termijn van vier weken kan worden afgedaan, nu een zienswijze termijn geldt van twee weken, wordt door de rechtbank niet gevolgd. Verweerder heeft ter zitting terecht gewezen op artikel 3.118, tweede lid, juncto artikel 3.117, zesde lid, van het Vb, waaruit volgt dat in dit geval een zienswijze termijn geldt van één week. Ook heeft verweerder kunnen afwijken van het uitgangspunt dat uiterlijk na het nader gehoor wordt beoordeeld en kenbaar wordt gemaakt aan de vreemdeling of zijn asielaanvraag verder in de grensprocedure kan worden behandeld. De rechtbank komt verder niet tot de conclusie dat verweerder de beoordeling of de behandeling van de asielaanvraag in de grensprocedure, onvoldoende voortvarend verricht. Tot slot is de maatregel niet onevenredig bezwarend te achten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken