Rb. Den Haag 20 september 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:12333

Turks associatierecht, driejarenbeleid, relevant tijdsverloop, beroep gegrond. Eiser heeft in 2014 een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Het beroep in die zaak werd door de rechtbank bij uitspraak van 1 september 2016 gegrond verklaard. Tijdens het hoger beroep bij de Afdeling heeft eiser een verzoek om een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen op de grond dat geen sprake is van drie jaar relevant tijdsverloop sinds de indiening van de aanvraag voor de verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Volgens verweerder kan eiser geen rechten ontlenen aan het tijdsverloop dat is opgebouwd gedurende het hoger beroep bij de Afdeling, omdat de Afdeling de uitspraak van de rechtbank van 1 september 2016 heeft vernietigd. De rechtbank is met eiser van oordeel dat hij reeds op 11 februari 2017 aan de voorwaarden van het driejarenbeleid voldoet. Ook na de uitspraak van 1 september 2016 bleef uitzetting om beleidsmatige redenen achterwege, omdat eiser door de vernietiging van het bestreden besluit weer onder de bescherming viel van de toegewezen voorlopige voorziening in bezwaar. Dat de Afdeling het beroep van verweerder gegrond heeft verklaard en de uitspraak van de rechtbank heeft vernietigd, acht de rechtbank niet van belang voor de beoordeling van de vraag of eiser aan het driejarenbeleid heeft voldaan. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken