Rb. Den Haag 10 oktober 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:12111

Bestuurlijke boete van € 44.000,- wegens tien overtredingen van artikel 2.4:13, tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit jo. artikel 32, eerste lid, van Verordening (EU) 165/2014 (hierna Vo 165/2014). Gebleken is dat de tien beboete overtredingen in één vrijwel aaneengesloten periode zijn begaan en daarbij één bestuurder en één voertuig is betrokken. Voorts is niet gebleken dat eiseres eerder door verweerder is beboet voor het niet toezien op het juiste gebruik van de bestuurderskaart door haar werknemers. Onder deze omstandigheden onderscheidt eiseres zich van een onderneming die in het geheel geen registratie voert. Dit verschil is niet tot uitdrukking gebracht in de opgelegde boete van tien maal € 4.400,00. Dit leidt tot het oordeel dat de hoogte van de opgelegde boete niet passend en geboden is en niet leidt tot een evenredige sanctie. De rechtbank matigt de boete met 50%. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 december 2014 (ECLI:NL:RVS:2015:3749).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken