Rb. Den Haag 19 september 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:11220

Tussenuitspraak in een civiele zaak die de nabestaanden van een slachtoffer van moord hebben aangespannen tegen de dader. De zaak draait in essentie om de vraag of de ouders en de broer van het slachtoffer ‘shockschade’ hebben geleden. Vergoeding van ‘shockschade’ kan volgens vaste rechtspraak alleen onder strikte voorwaarden worden toegewezen. In deze zaak oordeelt de rechtbank dat de nabestaanden direct geconfronteerd zijn met de ernstige gevolgen van de moord op hun dochter en zus. De nabestaanden zijn na het overlijden geconfronteerd met gruwelijke en gedetailleerde informatie over de moord op hun dochter en zus. Na het onverwachte en op zichzelf schokkende bericht over haar dood, inhoudende dat zij naakt op straat was gevonden, zijn de nabestaanden de dagen erna geconfronteerd met nieuwe, indringende details over de manier waarop zij om het leven is gekomen en over de aard en ernst van de verwondingen aan haar lichaam. Details waaraan zij zich, als ouders en broer van het slachtoffer, niet hebben kunnen en hoeven onttrekken. Toen de nabestaanden haar konden zien, hetgeen vanwege forensisch onderzoek pas twee dagen later kon, hebben zij bovendien een deel van haar verwondingen zelf gezien, terwijl zij wisten dat de kleding en het meegebrachte sjaaltje de vele en ernstige steekwonden bedekten. De ontvangen informatie in combinatie met wat de nabestaanden wel en juist niet hebben gezien, maakt dat zij zich een duidelijk en specifiek beeld hebben kunnen vormen (en ook onvermijdelijk hebben gevormd) van de omstandigheden waaronder het slachtoffer om het leven is gebracht. Dat beeld is nadien, gedurende het strafproces, alleen maar versterkt. De rechtbank is tevens van oordeel dat de directe confrontatie bij de nabestaanden een hevige emotionele schok heeft veroorzaakt. De vervolgvraag die moet worden beantwoord is of bij de nabestaanden sprake is van geestelijk letsel als gevolg van de directe confrontatie met de ernstige gevolgen van de moord. Dit moet in rechte kunnen worden vastgesteld, wat in het algemeen slechts het geval zal zijn als sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. De rechtbank zal daarom een deskundige – een psychiater – benoemen om dit te onderzoeken. Trefwoorden Is degene die strafrechtelijk veroordeeld is voor een moord (de dader) civielrechtelijk aansprakelijk tegenover de nabestaanden (de ouders en broer) van het slachtoffer voor de schade als gevolg van handelen dader? Artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad) en artikel 6:108 BW (schadevergoeding bij overlijden). Shockschade. Vergoeding van uitvaartkosten. Verrekening schade met uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven? Voornemen deskundigenbericht. Tussenvonnis.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken