Rb. Den Haag 21 augustus 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:10064
Wob-verzoek. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de gevraagde informatie in zijn geheel had moeten worden geweigerd, omdat het publiek reeds voldoende wordt geïnformeerd door een jaarlijkse rapportage die openbaar wordt gemaakt op de site van de Centrale Commissie Dierproeven. Tot openbaarmaking van meer gegevens is verweerder dan ook niet gehouden. Het betoog van verweerder faalt. Uit de door verweerder aangehaalde bepalingen kan worden afgeleid dat het hier een voorgeschreven minimum aan informatievoorziening betreft en geen uitputtende regeling tot openbaarmaking die derogeert aan de Wob. Evenmin kan uit de uitspraak van de Afdeling van 7 juni 2017 worden afgeleid dat verweerder in het onderhavige geval de gevraagde informatie in zijn geheel had kunnen weigeren. De rechtbank volgt verweerder verder niet in zijn standpunt dat hij kan volstaan met het verstrekken van de adviezen (de niet-technische samenvatting), nu niet is gebleken dat verweerder hiermee de informatie heeft verstrekt waar eiser om heeft verzocht. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl