Rb. Den Haag 26 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:872
Tussenuitspraak: Dublin Italië. De Zwitserse autoriteiten hebben het terugnameverzoek op 25 november 2015 afgewezen. Zwitserland heeft bij Italië een claimverzoek ingediend, waarmee Italië op 1 september 2015 fictief akkoord is gegaan, zodat per 1 september 2015 Italië verantwoordelijk werd. Op 27 november 2015 heeft verweerder een verzoek om terugname van eiser gedaan aan de Italiaanse autoriteiten op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening. De Italiaanse autoriteiten hebben het terugnameverzoek op 30 november 2015 afgewezen. Op 1 december 2015 heeft verweerder een verzoek om heroverweging aan de Italiaanse autoriteiten gedaan. Op 18 januari 2016 heeft verweerder een rappelbrief gestuurd aan de Italiaanse autoriteiten. Op 26 januari 2016 zijn de Italiaanse autoriteiten verweerder alsnog tegemoetgekomen aan het verzoek om terugname. De rechtbank wendt zich tot het Hof van Justitie, om bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de uitleg van artikel 5, tweede lid, Uitvoeringsverordening.
De uitspraak op rechtspraak.nl