Rb. Den Haag 15 juni 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7537
Ter zitting heeft eiser aangegeven zichzelf te willen vertegenwoordigen tijdens het onderzoek ter zitting. Eiser wenst geen gebruik te maken van de diensten van de aan hem toegevoegde advocaat mr. El Assrouti, die het beroepschrift namens eiser heeft ingediend en die ter zitting als gemachtigde van eiser is verschenen. Om deze reden heeft mr. El Assrouti zich ter zitting aan de zaak van eiser onttrokken. Mr. El Assrouti heeft de verdere behandeling van de zaak bijgewoond, zij het niet als gemachtigde van eiser. Ambtshalve ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of eiser zichzelf mag vertegenwoordigen tijdens een beroep tegen een vreemdelingenrechtelijke maatregel van bewaring. Artikel 98 Vw bepaalt dat de vreemdeling zich bij onder meer het gehoor ingevolge artikel 94 Vw uitsluitend kan doen bijstaan door één of meer van zijn raadslieden en bepaalt welke vereisten aan deze raadslieden worden gesteld. Artikel 99 Vw ziet op de keuzevrijheid van eiser met betrekking tot de raadsman die hem vertegenwoordigt. In artikel 100, eerste lid, Vw is te lezen dat ‘op verzoek van de vreemdeling’ aan hem een raadsman wordt toegevoegd, zodra hem ingevolge de Vw zijn vrijheid is ontnomen. Uit voornoemde artikelen volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat eiser verplicht is zich te doen bijstaan door een raadsman. Nu eiser zowel tijdens het gehoor van 31 mei 2017 voorafgaand aan de oplegging van de maatregel van bewaring, als tijdens het onderzoek ter zitting uitdrukkelijk heeft aangegeven dat hij zijn eigen verdediging wenst te voeren bij de vreemdelingenrechter en daarnaast ter zitting heeft aangegeven dat mr. El Assrouti niet namens hem optreedt, zal de rechtbank dan ook inhoudelijk ingaan op de gronden die door eiser in persoon zijn aangevoerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl