Rb. Den Haag 20 juni 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:6785
Eiser heeft uit hoofde van zijn functie recht op vrijstelling van omzetbelasting en accijns op de aanschaf van motorbrandstof. Vanaf 1 januari 2012 maakt hij gebruik van een Forax Card. Daarmee kan eiser bij aangesloten pomphouders brandstof aanschaffen zonder de pomphouder te hoeven betalen. Forax schiet het verschuldigde bedrag in feite voor, waarna de op de brandstof in rekening gebrachte omzetbelasting en accijns door Forax bij de belastingdienst wordt teruggevraagd. Eiser heeft ook brandstof aangeschaft bij niet bij Forax aangesloten pomphouders. De daarop in rekening gebrachte omzetbelasting en accijns is door eiser zelf bij de belastingdienst teruggevraagd. Deze teruggaafverzoeken zijn door verweerder afgewezen. Het bezwaar dat eiser hiertegen heeft gemaakt is door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat volgens hem uitsluitend Forax bevoegd was om teruggaafverzoeken te doen en eiser niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. De rechtbank overweegt dat het fiscale recht een gesloten stelsel van rechtsmiddelen kent. Grondslag voor teruggaaf aan eiser is gelegen in de vrijstelling die is geformaliseerd in artikel 39 van de Awr. De Awr schrijft niet voor dat op een teruggaafverzoek als het onderhavige wordt beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking. Tegen de afwijzing van een dergelijk verzoek en de daaropvolgende beslissing op bezwaar staan dan ook geen bezwaar en beroep open. Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl