Rb. Den Haag 8 juni 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:6181

Eiser heeft verzocht om herziening van de besluiten van 3 maart 1988 en 1 september 1988 inhoudende de verlaging van zijn WAO-uitkering en beëindiging van zijn AAW-uitkering. Blijkens de aanvraag strekt het verzoek ertoe dat verweerder overgaat tot een herziening van het besluit van 1 september 1988, in die zin dat eiser in de periode van 1 mei 1988 tot en met 28 november 1995 volledig dan wel meer dan 45 % arbeidsongeschikt wordt geacht. Met zijn herzieningsverzoek heeft eiser derhalve beoogd dat wordt teruggekomen op het besluit van 1 september 1988 in het kader waarvan moet worden beoordeeld of sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat de later gestelde diagnose autisme en door eiser ingebrachte rapportages geen nieuw feit dan wel veranderde omstandigheid oplevert op grond waarvan geoordeeld zou kunnen of moeten worden dat de beperkingen van eiser destijds in 1988 niet op een juiste wijze zijn vastgesteld. Voorts is de rechtbank van oordeel dat eiser de beroepsgrond inzake de onjuiste maatman en ten onrechte achterwege laten van discontering van de werkloosheid had kunnen en moeten aanvoeren in het kader van een bezwaar tegen het besluit van 1 september 1988.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken