Rb. Den Haag 7 juni 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:6155

Eiser is in 2011 gestart met de ontwikkeling van uitvinding X. In 2012 en de daarop volgende jaren tot en met 2016 heeft eiser met zijn activiteiten voor X geen positief resultaat behaald. Tot op heden bij de ontwikkeling van X alleen maar kosten gemaakt. De kosten die eiser voor het jaar 2012 in aftrek wil nemen bestaan uit betalingen aan de technisch ontwerper van X en betalingen aan een octrooigemachtigde, ter verkrijging van patenten op X. Gelet op de aard van de activiteiten, het ontwikkelen van een uitvinding, dient de vraag te worden beantwoord of eiser in 2012 redelijkerwijs mocht verwachten dat MTD hem, in de (nabije) toekomst, voordeel zou opleveren. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet het geval. Eiser heeft zich tot aan begin 2014 bezig gehouden met de ontwikkeling van X. Het plan was om in 2014 het concept af te ronden en vervolgens de stap te maken tot het verkopen van X. Nadat het concept in 2014 was afgerond heeft eiser twee grotere producenten op verpakkingsgebied benaderd. Er werd -aldus eiser- grote interesse getoond, maar het gebruik van een binnenzak bleek een probleem vanwege de relatief hoge kosten die dit met zich bracht, waardoor deze producenten op dat moment verder niet geïnteresseerd waren. Eiser heeft vervolgens in de jaren 2015 en 2016 een extra ontwikkelslag moeten maken om aan dit probleem te voldoen, waarbij tevens een afgesplitst patent moest worden aangevraagd. Gelet op deze gang van zaken moet het ervoor worden gehouden dat X in het jaar 2012 niet al zodanig was ontwikkeld dat daarvan in de nabije toekomst een positief resultaat kon worden verwacht. Eiser heeft verder ook geen stukken overgelegd waaruit het tegendeel kan blijken, in die zin dat er in 2014 of latere jaren potentiële afnemers of kopers van X waren, dan wel dat derden concrete commerciële belangstelling voor het product hadden. Beroep ongegrond

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken