Rb. Den Haag 5 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:5331

Eiser heeft in Griekenland de status van langdurig ingezetene en wenst in Nederland arbeid als zelfstandige te verrichten. Op grond van de relevante regelgeving mag verweerder van de vreemdeling die de status van langdurig ingezetene heeft, stukken verlangen waaruit blijkt dat hij arbeid als zelfstandige verricht of gaat verrichten en waaruit blijkt dat hij uit die werkzaamheden duurzaam en zelfstandig voldoende middelen van bestaan verwerft. De effectiviteit van de langdurig ingezetene richtlijn mag hierdoor en hierbij echter niet ondermijnd worden. De rechtbank leidt uit de doelstelling van de langdurig ingezetene richtlijn en het Chakroun-arrest van het HvJEU - dat weliswaar gaat over de gezinsherenigingsrichtlijn, maar dat ook hier van belang is omdat het middelenvereiste in de richtlijn over duurzaam ingezetenen op dezelfde wijze is geformuleerd - af dat verweerder een individueel en op de persoon en omstandigheden van eiser toegespitst onderzoek moet verrichten naar de vraag of eiser duurzaam en zelfstandig voldoende middelen van bestaan zal verwerven. De uitoefening van het recht van verblijf in de (tweede) lidstaat mag daarbij niet uiterst moeilijk of onmogelijk worden gemaakt. In het licht van de concrete opdrachtgeversverklaringen die eiser heft overgelegd en verweerders stelling ter zitting dat onduidelijk is hoeveel eiser overhoudt van zijn bruto uurloon, had verweerder nader onderzoek moeten doen naar de specifieke situatie van eiser en onder meer dienen te beoordelen of het bruto uurloon van eiser voor hem, gelet op zijn woon- en leefsituatie, voldoende is. Nu verweerder dit heeft nagelaten, is sprake van een motiveringsgebrek. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen