Rb. Den Haag 19 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:436

Dublin Duitsland / niet-begeleide minderjarige / belang van minderjarige / advies Nidos / belang eenheid van het gezin Uit de preambule (16) van de Dublinverordening, alsmede uit de artikelen 6 en 8 tot en met 11 van de Dublinverordening volgt kort gezegd dat bij de toepassing van de Dublinverordening de eenheid van het gezin en het belang van het (minderjarige) kind van wezenlijk belang wordt geacht. Daarbij wordt in artikel 8 van de Dublinverordening ten aanzien van niet-begeleide minderjarigen voorts expliciet bepaald dat de verantwoordelijke lidstaat die lidstaat is, waar een gezinslid of een broer of zus van de niet-begeleide minderjarige zich wettig ophoudt, voor zover dit in het belang van de minderjarige is. Nu vast staat dat een broer van eiseres - zijnde een niet-begeleide minderjarige - zich wettig in Nederland ophoudt en uit de brief van het Nidos blijkt dat het in het belang van eiseres is dat Nederland haar verzoek beoordeeld, is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom Nederland niet als verantwoordelijke lidstaat heeft te gelden. Ten aanzien van de (net) meerderjarige broer van eiseres overweegt de rechtbank dat deze geen beroep kan doen op het vorenstaande, maar dat het wel - zoals gezegd - de uitdrukkelijke bedoeling van de Dublinverordening is om de eenheid van het gezin te waarborgen. Uit punt (16) van de preambule volgt dat hierbij tevens de broers en zussen moeten worden betrokken. Nu verweerder ook zelf heeft aangegeven het van doorslaggevend belang te achten dat eiser niet van eiseres wordt gescheiden, is de rechtbank van oordeel dat verweerder ook het asielverzoek van eiser aan zich dient te trekken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen