Rb. Den Haag 11 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:4029

C.K. tegen Slovenië, artikel 4 Handvest, ernstige verslechtering van de gezondheidssituatie bij overdracht, zorgvuldig maatwerk, Tsjechië, kritische kanttekeningen, geen BMA-onderzoek, overdrachtsbesluit, fit-to-fly-onderzoek, opsturen medisch dossier, onvoldoende waarborg, Dublinoverdracht. Uit het arrest van het HvJ-EU in de zaak C.K. e.a. tegen Slovenië van 16 februari 2017 (ECLI:EU:C:2017:127) leidt de rechtbank af dat zelfs als er geen gronden zijn om aan te nemen dat sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure en opvangomstandigheden in de aangezochte lidstaat, de Dublinoverdracht op zichzelf een reëel risico op een onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 4 Handvest met zich kan meebrengen. Dit is met name aan de orde indien overdracht van een zeer zieke vreemdeling een ernstige verslechtering van zijn gezondheidstoestand tot gevolg zal hebben. Door eiseres zijn medische stukken ingebracht waaruit volgt dat hiervan sprake zal zijn bij overdracht aan Tsjechië omdat vanwege de psychiatrische problematiek van eiseres een groot risico bestaat op suïcide bij het stoppen van de behandeling. De gevolgen van terugplaatsing naar de plek en situatie waar eiseres haar trauma heeft opgelopen, Tsjechië, zou desastreus zijn voor de prognose van de depressie en de suïcidedreiging. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat bij overdracht uiterst zorgvuldig maatwerk zal dienen te worden verricht en dat indien dit niet mogelijk is de overdracht niet door zal gaan. Er wordt volgens de gemachtigde van verweerder ruggespraak gehouden met Tsjechië. De rechtbank is van oordeel dat in dit verband en onder deze bijzondere omstandigheden onder uiterst zorgvuldig maatwerk bij overdracht tevens dient te worden begrepen dat verweerder zich dient te vergewissen dat zich door overdracht geen ernstige verslechtering van de gezondheidstoestand van eiseres voordoet vanwege het ontbreken van de benodigde, noodzakelijke medische behandeling of begeleiding. In een dergelijk geval zal bij overdracht dienen te worden gewaarborgd door verweerder dat zich geen ernstige verslechtering van de gezondheidstoestand van eiseres voordoet die strijdig is met artikel 4 Handvest zowel tijdens de overdracht als vanwege het niet direct beschikbaar zijn van een vergelijkbare behandeling aansluitend aan de overdracht. Verweerder kan dit niet afdoen met slechts een zogeheten fit-to-fly-onderzoek en zich vervolgens beperken tot het opsturen van het medisch dossier van eiseres aan de Dublin-unit van Tsjechië. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verweerder in dit geval in reactie op de door eiseres ingebrachte medische informatie van een arts, een medische deskundige, enkel kritische kanttekeningen naar voren heeft gebracht. Nu deze kritische kanttekeningen niet afkomstig zijn van een medische deskundige, zoals het Bureau Medische Advisering (BMA), kan niet op grond daarvan worden geoordeeld dat niet van de juistheid van de door eiseres ingebrachte medische informatie hoeft te worden uitgegaan. Evenmin kan verweerder in dit verband volstaan met een beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hoewel aldus niet is gebleken dat eiseres in Tsjechië niet de benodigde zorg kan worden geboden voor haar psychiatrische klachten, heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank met de gegeven motivering niet op het standpunt kunnen stellen dat eiseresses gezondheidssituatie niet in de weg staat aan overdracht aan Tsjechië en kan het standpunt dat geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die aanleiding geven gebruik te maken van de bevoegdheid het asielverzoek aan zich te trekken, de rechterlijke toetsing niet doorstaan. Onder deze omstandigheden kan verweerder niet een overdrachtsbesluit nemen voordat het BMA een medische beoordeling heeft opgemaakt over de vraag of in het geval van eiseres de behandeling in Tsjechië als zodanig dan wel de overdracht naar een behandelende instelling in Tsjechië mogelijke desastreuze gevolgen voor de gezondheidstoestand van eiseres zouden hebben. De rechtbank kan er in dit verband niet aan voorbij zien dat de gemachtigde van verweerder ter zitting expliciet heeft aangegeven dat verweerder geen aanleiding ziet zich te laten adviseren door het BMA, zodat niet gewaarborgd is dat een dergelijk onderzoek zal plaatsvinden voordat de feitelijke overdracht zal plaatsvinden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken