Rb. Den Haag 8 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:2772

De vereffeningsplicht van de bewindvoerder. Niet kan worden geconcludeerd dat de bewindvoerder effectief en voortvarend heeft geprobeerd om schilderijen te verkopen, waardoor hij tekort is geschoten in de uitvoering van zijn wettelijke taak. Het is niet onaannemelijk dat de schuldeisers hierdoor zijn benadeeld. Uitgaande van een voorzichtige schatting van de waarde van de schilderijen en in aanmerking nemend dat de bewindvoerder op dit punt ook weer niet helemaal stil heeft gezeten, zal de rechtbank de vergoeding van de bewindvoerder met 75% korten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen