Rb. Den Haag 10 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:2754
Verklaring arbeidsrelatie, wijziging VAR-wuo in VAR-loon Eiser heeft voor het jaar 2015 een VAR aangevraagd voor de werkzaamheden die hij als machinist uitvoert bij verschillende opdrachtgevers. Door verweerder is geautomatiseerd een VAR-wuo afgegeven. Naar aanleiding van een ingesteld onderzoek is de VAR-wuo door verweerder herzien in een VAR-loon. Eiser heeft in beginsel geen processueel belang, omdat de VAR betrekking heeft op een periode die al is verstreken. Maar omdat eiser stelt dat hij schade heeft geleden door de herziene VAR beschikking, is het beroep toch ontvankelijk. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat zijn werkzaamheden kwalificeren als ondernemerschap, zodat de arbeidsverhouding met de opdrachtgevers (al dan niet op basis van een uitzendovereenkomst) kwalificeert als dienstbetrekking. Eiser staat feitelijk onder gezagsverhouding van de opdrachtgevers, zodat niet aan de vereiste zelfstandigheid wordt voldaan. Ook aan de overige vereisten voor het aanmerken van de arbeidsverhouding als dienstbetrekking is voldaan. Beroep ongegrond
De uitspraak op rechtspraak.nl