Rb. Den Haag 9 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:2723

Kort geding. Uitwerking van verkort vonnis, waarin de vorderingen van eisers (154 kiesgerechtigde Nederlanders, woonachtig in het buitenland) betreffende een verlenging van de termijn waarop hun stemdocumenten voor de komende Tweede Kamerverkiezingen dienen te zijn ontvangen, zijn afgewezen. De Staat heeft zich gehouden aan de procedure zoals neergelegd in de Kieswet. Vanwege ingestelde beroepen tegen beslissingen ten aanzien van de geldigheid van de kandidatenlijsten, waren er slechts ruim drie weken beschikbaar voor de verzending en het terugzenden van de stukken. Dat is een zeer korte termijn die niet in alle gevallen haalbaar zal zijn, maar dat is een uitdrukkelijke keuze geweest van de wetgever. Het is niet aan de voorzieningenrechter om de wettelijke termijnen aan te passen. Voor zover de late ontvangst van de stembescheiden wordt veroorzaakt door problemen bij de bezorging van post in de verschillende landen, geldt dat dit niet voor rekening en risico van de Staat komt. De Staat heeft er in de communicatie naar eisers ook uitdrukkelijk op gewezen dat het risico voor te late ontvangst van de stukken of te late aankomst van de verzonden stukken geheel bij de kiesgerechtigde ligt, die ook voor een andere wijze van stemmen kan kiezen. zie ook ecli:nl:rbdha:2017:2236

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen